Weblog Sam De Bruyn

Naaktheid

09 / 06 / 2011

 

Vergissen is menselijk. Ik kan er compleet naast zitten. Toch heb ik het vreemde gevoel dat nudisme weer helemaal hot, hip & happening is. Subtieler wel dan ooit tevoren. Zou het kunnen? Of is het eerder een half onderdrukt voyeuristisch trekje van mijn onderbewuste zelve dat ziet wat het wil zien?

Misschien moeten we eerst afspreken dat we dit neonudisme geen nudisme gaan noemen. Op één of andere manier blijft dat toch altijd klinken als iets vuil en ongehoord. Laat het ons simpel houden: “Naaktheid” klinkt aangenamer. Bij nudisme denk je onmiddellijk aan oudere, harige heren met vormen die enkel zwangere vrouwen horen te dragen. (ik weet het, goed gerief hangt altijd onder een afdak, ja ja…)

“Naaktheid” speelt zich af bij een heel nieuwe generatie. Geen ex-naturisten uit de seventies. Geen mensen die constant en overal, tussen iedereen, bloot willen rondlopen. In de supermarkt, op het stadhuis, aan het kinderdagverblijf, … Niets van dat alles! Naakties, want laat ons de beoefenaars van de “Naaktheid” voortaan zo noemen, zijn mensen die doorgaans kleren dragen. Wanneer ze zich echter in comfortabel en vertrouwd gezelschap begeven, en wanneer de situatie er zich min of meer toe leent, hebben ze geen enkel probleem met het uitspelen van hun nochtans zorgvuldig gekozen outfit. Van schaamte geen sprake. Nog niet de lichtste vorm van intieme timiditeit.

Naakt met de vrienden op het strand liggen, is geen enkel probleem. Samen naar de sauna, met plezier. Stel dat je op pad bent met je maten en het is heerlijk warm weer. Je kruist een meer. Zwemgerief heeft niemand bij. Geen probleem. Billen bloot en het water in. Naakt gaan zwemmen is gewoon cool. Of na een leuke, maar vermoeiende dag, gewoon samen een bad nemen. Ooit was er een moment dat mensen dat gek vonden. Dat moment noemen we nu: het verleden.

De nieuwe Naakties komen voort uit een tijd waarin het lichaam heel belangrijk is. Ze zijn opgegroeid met plastische chirurgie, met verhalen over obesitas én over anorexia. Ze zijn zich heel bewust van dat lichaam. Fris en fit willen ze zijn. Slank en sportief. Wanneer dat bereikt is, staat er nog weinig in de weg om iedereen ook ten volle te laten meegenieten van dat lichaam. Een papegaai bedekt zijn bonte verenpracht toch ook niet onder een parka?

Tegelijkertijd kennen ze het fenomeen ‘online porno’ al van hun tiende levensjaar. Honderden, duizenden tieten en pieten hebben ze in hun jonge leven de revue al zien passeren. Niets nieuws onder de zon. Zodoende ontdoen Naakties zich graag van hun lichamelijke bedekkingen. Allemaal anders en toch allemaal gelijk.

De Naakties vielen mij pas echt op toen ik enkele weken geleden een filmpje kreeg toegestuurd. Het ging over een nieuw concept in The States: Naakt gamen! Je kreeg beelden te zien van een gigantische game-beurs, waar iedereen, naakt, computergames stond te spelen. Een hele evenementenhal vol blote nerds. Gek genoeg waren het stuk voor stuk behoorlijk knappe nerds, mannen en vrouwen, die je op de gemiddelde LAN-party in België niet onmiddellijk tegenkomt. Al gauw werd mijn wantrouwen dan ook bevestigd toen het filmpje een reclamestunt bleek te zijn … Maar ik vond het een, op zijn minst, ‘interessant’ gegeven en besloot mijn kans te wagen op de radio: “nieuwe trend gespot in de States, naakt gamen, moeten we zeker eens uitproberen! Als jij zin hebt om morgen naakt te komen gamen in de studio, be my guest!”

Dat de oprechte interesse zo gigantisch was, had ik nooit verwacht. Tientallen jonge kerels wilden met heel veel plezier hun hele lichaam met de wereld delen, om deze ‘nieuwe trend’ een kans te geven. Vrouwen vinden het moeilijker. Voor mannen is het echt een soort van pure vriendschap, vermoed ik. Feit is: Drie strakke kerels hebben zich een uur lang te pletter gegamed in de Studio Brussel studio & “Naaktheid” werd geboren.

Het hele concept van “Naaktheid” kan natuurlijk allemaal wishful thinking zijn. Dat is ook een optie. Maar ik kan alvast bekennen: Ja. Ook deze blog werd naakt geschreven. Hopla!

Waterlanders

25 / 05 / 2011
Moeten huilen, maar niet kunnen, is zo hard en confronterend. Ik kan onmiddellijk en probleemloos vijf heel uiteenlopende, maar treffende redenen bedenken om ter stond te beginnen grienen als een groot klein kind. Soms doe ik dat ook. Heel soms. Echt zelden eigenlijk. Maar als ik het toch doe, liefst ’s nachts in bed. Onder het beschermende schild van mijn warme deken. Subtiel gered door het donker van de gordijnen. Wanneer je MOET huilen, is het een heel ander verhaal.

Het heeft iets weg van dat genante gevoel op school, tijdens het verplichte Medisch Onderzoek. Je zit op een stoel in de hal. Je kan een naald horen vallen, zo stil. Je zit er nochtans samen met vijf andere mensen, waar je anders honderduit en uitbundig je hele leven tegen loopt te vertellen. Het verschil is nu dat je niets meer aanhebt dan een boxershort die toch veel te los blijkt te zitten voor de gelegenheid en veel meer blootgeeft dan je aanvankelijk gedacht had. Letterlijk.

De verpleegster roept je naam, komt met een leeg plastic potje voor je staan, duwt het in je handen & zegt: “daar is het toilet”. Je kijkt nog eens onwennig naar je maten en kruipt het hokje in. Je hoort ze gniffelen … Op zo een moment in je leven zijn er twee mogelijke scenario’s.

Twee scenario’s

Het eerste scenario is datgene waarbij je goed bent voorbereid. Je wist dat je ging moeten plassen en hebt daarom al een volledige liter water in je jonge lijf gegoten. Je bent heel de voormiddag lang nog niet naar toilet gegaan. Je staat op springen. Het moet er uit. Je vult het potje vlot. Te vlot. “Shit! Fuck!”, vloek je veel te luid, waardoor er aan de andere kant weer gegniffeld wordt. Overvol. Je plas loopt over de hand waarmee je het potje vasthoudt. Je merkt dat er geen kraan, noch lavabo in het toilet aanwezig is. Damn! Kwaad begin je met wc-papier je handen en het potje droog te wrijven. Je voelt je vies. Vuurrood kom je het hokje uit. Je kijkt niet naar je vrienden en gaat stil sterven van schaamte op je stoel. Wanneer de naam van het volgende slachtoffer wordt uitgesproken, is het zenuwachtig gelach al lang opgehouden. Want iedereen komt aan de beurt.

Het andere scenario is zo mogelijk nog gênanter. Je kruipt in het plashok, maar er gebeurt helemaal niets. Het lukt niet. Je wil wel, maar je kan niet. Het feit dat er vijf man voor de deur zit mee te luisteren, helpt ook niet. Je begint te zuchten. Je schraapt je keel en hoest. En daar sta je dan. Dwaas te wezen. Met je geslacht in de ene en het potje in de andere hand. Je begint wat rond te kijken, probeert aan watervallen te denken. Aan zomerse bergriviertjes. Aan een ontploffende stuwdam. Maar niets helpt. Seconden tikken voorbij en het lijken geen minuten, maar uren. De verpleegster komt langs en klopt op de deur. “lukt het?”, vraagt ze. “Neen, kalf, of denk je dat ik hier voor mijn plezier blijf staan?”, zou je willen roepen. Maar je zegt beleefd: “Het lukt niet goed.” … Of je een glas water wil? Ja! Ook al weet je dat het niet zal helpen … Na vijf minuten word je verlost: “Laten we het straks nog eens proberen.” Je hebt gefaald.

In het donker

In De Standaard Magazine loopt al een heel aantal weken een prachtige fotoreeks: “Waterlanders”, door Bart Heynen. Bekende mensen laten zichzelf zien, zoals dat bijna nooit gebeurt. Ze huilen. De fotograaf maakt er een simpel, maar gestileerd en ontroerend straf portret van.

Toen ik van Bart een mail kreeg met de vraag of ik dat ook niet eens wou proberen, moest ik geen seconde twijfelen. Ik zei onmiddellijk ja. Ik kon het ook niet laten om er bij te schrijven dat het een uitdaging zou worden. Ik huil normaal nooit. Nooit, Bart. Behalve heel uitzonderlijk in mijn bed. In het donker. Als ik alleen ben.

In de kelder van Barts huis, die voor de gelegenheid tot fotostudio was omgebouwd, duurde het wél uren in plaats van seconden. Maar voor de rest voelde ik me net als bij het Medisch Onderzoek. Naakt en schuldig aan falen. Er heeft geen enkele traan over mijn wangen gerold. Maar ik heb wel gehuild. Hard. Vanbinnen. En het was het eerlijkste huilen dat ik sinds lang heb meegemaakt.

Ik ben benieuwd. Ik ben benieuwd naar wat nu al niet anders kan zijn dan het mooiste en meest treffende portret uit mijn leven. Bedankt voor de Waterlanders.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

Beelden

11 / 05 / 2011
Een zwart-wit beeld. Minimalistische belichting. Compact geplooid metaal. Verspreid gebroken glas. Een helpende hand van een lichaam in beweging. Een tweede figuur met herkenbare trekken. Koket gekapte coupe. Levenloos. Met gesloten ogen. Gekneld in de stalen constructie. Gevangen tot in de eeuwigheid. Hopeloos verloren. Diana Spencer.

Close-up beeld. Blauwige schijn. Donker asfalt. Verwrongen figuur met ontbloot bovenlijf. Liggend. Armen en benen gespreid. Doktershanden met een schaar en handschoenen. Blinkend rood vocht, wegstromend van de liggende figuur. Niet meer te redden. Wouter Weylandt.

Respect

Stel je voor dat het foto’s zijn van je man of vrouw. Beelden van je broer, je zus, je ouders, je vrienden, … Beeld je in dat die foto’s in alle kranten staan. Massa’s tv-stations, wereldwijd, zenden de beelden uit in herhaling. Slechts enkelen maken het gezicht en de wonden wat waziger. Op elke nieuwssite verschijnen de digitale close-ups, met beeld-software verscherpt, om het duidelijker te zien. Het zijn een tijdlang de eerste foto’s die opduiken wanneer je de naam van de overledene googlet. Stel je voor dat het gebeurt bij iemand die jij liefhebt. Of had. Gruwelijk.

Ik voelde me misselijk toen ik gisterenochtend wakker werd, mijn mails bekeek en nieuwsbrieven vol van de schokkende foto’s zag. Ik had hem nog nooit van zo dichtbij gezien. Zeker niet dood. Ik werd kwaad in naam van alle mensen die Wouter Weylandt wel van nabij gekend hebben. “Waar is het respect?” Vroeg ik me af.

Controversiële foto

Enkele uren later las ik berichten over de controverse in Cannes, rond de film “Unlawful Killing”. Een film over de dood van Lady Di. Of, als we de makers mogen geloven, de moord op Lady Di. Complottheorieën op zich zijn weinig nieuws, maar in deze film wordt een foto getoond van een stervende Diana. De film werd in het Verenigd Koninkrijk alvast verboden. Prinsen William & Harry, die behalve prinsen, vooral zoons zijn, lieten hun ongenoegen al blijken.

Ik dacht terug aan vorige week. De wereld, schreeuwend om foto’s van een hopeloos aan flarden geschoten Osama Bin Laden. Hij was in het hoofd geschoten. Mooie beelden gaan dat niet zijn. Maar mensen willen het bewijs zien. Ook daar word ik fysiek ongemakkelijk van.

Toch heb ik ook geklikt. En gekeken. Naar de foto van Wouter Weylandt. Naar de trailer van “Unlawful Killing”, met een glimp van de controversiële foto van een dode Lady Di. Ik heb ook geklikt op de valse foto van een dode Osama. Ik was zelfs teleurgesteld, toen het geen echte foto bleek te zijn.

Schaamte

Mensen worden blijkbaar aangetrokken tot miserie. Correctie: tot de miserie van een ander. Gebeurt er een ongeval, krijg je een kijkfile. Is er ergens brand, zie je onmiddellijk de foto’s op Twitter verschijnen. Als Dag Allemaal mij gedurende een hafuur interviewt, is de kop van het artikel het enige negatieve dat ik ooit in mijn leven meemaakte. Ik heb er hooguit een minuut over verteld. Valt er een bekende dode, dan zoeken ze bij de krant naar de huilende vriendin, of het lichaam zelf. Geen doodsprentje, dat lokt geen lezers.

Zo zitten mensen in elkaar. Ik ook. Het is op die momenten dat ik me soms schaam voor mijn menselijkheid. Ons mens zijn is een dolk door het hart van alle nabestaanden van een slachtoffer. En kijk … Ik heb hun leed alweer misbruikt om iets te schrijven.

Het spijt me.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

De parabel van de buxus

27 / 04 / 2011

 Het is die rotbuxus die mij kapot maakt. Hij groeit zo voorbeeldig. Hij is onhebbelijk gemakkelijk in onderhoud. Geen enkele schreeuw om water, wanneer ik hem een week vergeet. Zon neemt hij met plezier, zonder blozen of verbranden. Van wind heeft hij geen last. Zijn volle kruin wiegt vrolijk mee.

Ik ben nochtans geen tuinman. Ik heb iPod vingers. Die zijn allesbehalve groen. Planten sterven normaal al bij de gedachte dat ze onder mijn hoede moeten overleven. Behalve die buxus. Nochtans de goedkoopste die ik vinden kon.

In een zomerse vlaag van artistieke gewaarwording, kreeg ik het gevoel dat mijn terras wat meer kleur kon gebruiken. Kalf dat ik ben. Alsof het azuurblauwe tussenschot dat mij van de buren scheidt, nog niet kleurig genoeg is. Nu staat hij daar pront te wezen. Hij groeit als een bezeten kool.

In een land waar geregeld buxuswedstrijden worden georganiseerd, zou ik niets dan jaloerse blikken toegeworpen krijgen van mededeelnemers. Ze zouden me willen ontfutselen welke meststof ik gebruik. Of welke plantenspray mijn blaadjes zo doet blinken. Ik zou een zekere trots niet langer kunnen verbergen. Het is ook die trots die mij er toe aanzette om dan maar ineens een olijfboom op mijn terras neer te poten.

In elk Grieks epos volgt op zulk een moment van hoogmoed steevast een Goddelijke Hand die ingrijpt. Maar we leven in het tijdperk van Leonard & Vangheluwe, niet dat van helden, halfgoden en orakels. Geloof & Godsvrees is ver te zoeken. Daarom staan er nu ook twee potten lavendel te geuren op mijn terras. Alsof er nog niet genoeg mediterraniteit te bespeuren viel.

De lavandulae hadden mijn ogen moeten openen om mijn hart vol hybris tot inkeer te brengen. Helaas … Toen de eerste zonnestralen van de dag de paarse kopjes al halfstok deden hangen, lachte ik honend dat zwakke teken weg. Een volle pint water later zoemden hommels weer heerlijk rond mijn herrezen geurparadijs. Ik meende bij mezelf een talent bevestigd te hebben.

“Move over Demesmaeker, Christoffels & De Bouw! maak plaats voor de échte plantenfluisteraar: Sam! De! Bruyn!” (Lichtflits, donderwolk & paukenslag! … Ik ben niet vies van wat dramatiek.)

Een dag later werd ik betrapt door een collega toen ik in de lokale doe-het-zelfzaak stond te twijfelen tussen zaden voor kerstomaten of sperziebonen. Om zelf te zaaien en te kweken. Op een stadsterras. Ik.

Hij bekeek vluchtig ook de rest van mijn vers verworven tuingereedschap en raadde mij aan om lichtere tuinhandschoenen te gebruiken voor het zaaien van vers bladgroen. Daar kan je fijner mee werken. “Uiteraard”, antwoordde ik, “een verstrooide vergissing”. Ik maakte me snel uit de voeten, betaalde, en begon aan mijn scheppende taak.

Ondertussen sta ik al vijf dagen lang te staren naar zeven bloempotten vol zaad en grond. Wachtend op de vrucht van mijn vers verworven kunde … Er gebeurt hoegenaamd niets. Tot zover mijn talent.

(doek valt, licht uit, gestommel & twijfelachtig applaus)

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

Luie Belgen

13 / 04 / 2011

 

Lotte Stevens, nieuwslezeres van dienst, had haar zin nog maar half uitgesproken of de sms-berichten overspoelden mijn scherm al. Op een manier zoals een vloedgolf na een Japanse zeebeving te keer kan gaan, liet de hardwerkende Vlaming mij weten dat ‘die van het nieuws’ maar eens een échte job moest proberen, dat ze dan wel anders zou piepen. Het was te verwachten.

“De Belg werkt het minste aantal uren van alle landen binnen de OESO.” Zo klonk het. Had Lotte Van Het Radionieuws dat bericht uit de duim gezogen, ik had haar ook graag eens mijn minder subtiele mening gegeven. Blijkt echter dat het over een behoorlijk onderlegde studie van de OESO gaat, de Organisatie voor Economische Samenwerking & Ontwikkeling. Zij onderzochten in de dertig welvarendste OESO-landen, onder andere, hoeveel tijd van onze dag we op het werk spenderen, hoeveel we thuis nog aan klusjes doen, hoeveel uren we met onze kinderen bezig zijn en hoeveel vrije tijd ons dan nog rest.

Tot ieders grote verbazing, hebben wij Belgen volgens het onderzoek vrije tijd te over! Gemiddeld 5,4 uur per dag …. Kan iemand mij dat eens uitleggen? Op een erg rustige dag tel ik er hoogstens drie. Daar heb ik dan gemakkelijkheidshalve nog het bereiden en het eten van mijn avondmaal bij gerekend, omdat ik daar best van kan genieten. Het researchen voor mijn radioprogramma van de volgende dag, doe ik op mijn iPad voor de televisie. Dat zit dus ook inbegrepen in mijn ruim gerekende drie uur “ontspanning”. Op een doordeweekse luie donderdag, bijvoorbeeld, komt er dus van zalig niets doen niet zo overdreven veel in huis. Toegegeven, ik heb in het beste geval dan wel een mooie volle acht uur nachtrust.

Op een drukke dag kom ik thuis, wordt er onmiddellijk eten gemaakt, gegeten, het huis opgeruimd, de was gedaan, opgehangen en de vuilbakken naar de kelder gebracht. Als dat gebeurd is, kan ik achter mijn bureau gaan zitten om betalingen af te handelen en de rest van de paperassen in orde te brengen. Er komt namelijk wat papierwerk kijken bij een tweede beroep als zelfstandige. Want jawel, dat heb ik ook nog. Wie in luxe wil leven en een aangenaam appartement wil bewonen, komt er in dit land niet met één heel gemiddeld dagloon. Zo bleek enkele weken geleden nog dat één op de vijftig Belgen tegenwoordig een tweede baan heeft. Nogmaals … Hoe komen die mensen precies aan 5,4 uur vrije tijd per dag?!

Het zou gemakkelijk zijn om alles op de Walen of op immigranten te steken, “die brengen dat gemiddelde helemaal uit balans”, maar dat lijkt me nogal kort door de bocht. Als iemand mij de rekensom even kan uitleggen, be my guest …. Ondertussen offer ik nog enkele uren nachtrust op. Om maar weer een blog te schrijven. Tegen betaling van een handvol drinkgeld, dat ik dan weer kan spenderen in de VRT koffieautomaten. Want overdag heb ik zoveel pauzes en vrije tijd, dat ik toch IETS moet doen! Ook al smaakt de automatenkoffie eerder naar een soort thee van geroosterd karton, ik kan toch mijn tijd nemen om er een smakelijk stuk rijsttaart bij te eten. Een goed en vooral uitgebreid gesprek met collega’s, die het al even druk als ikzelf hebben, krijg ik er gratis bij! Smakelijk.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod