Weblog Sam De Bruyn

Lentelucht

16 / 03 / 2011
Afgelopen weekend rook ik de allereerste lentelucht van het jaar. Als je vrijdagavond het huis verliet, weet je waarover ik spreek. Vandaag hangt hij er ook. Maar die allereerste, is de allerbeste. Het is een geur die je nostalgisch maakt. Het goede soort nostalgie. Het type waar je intens gelukkig van wordt.

Hij draagt in zijn zoete geur de herinneringen mee van een lief waar je ondertussen al jaren niets meer van gehoord hebt. Het doet je terugdenken aan muziek die je toen uren en uren door de oortjes van je walkman joeg. Die muziek die ondertussen al lang naar een vergeten partitie op je harde schijf is verbannen. Je proeft opnieuw de smaak van de goedkope synthetische likeuren, of de ziekmakend zoete cocktails, die je enkel dronk om dronken te worden. Dronken van liefde of omwille van liefde. Er is altijd dat ene boek waaraan je terugdenkt bij de eerste lentelucht. Een film ook. En de vrienden die toen alles betekenden maar je nu enkel nog op Facebook ziet. Zucht gerust mee met mij, diep maar voldaan: “Aah, … Het Leven.”

Emotionele meltdown

Bij mij brengt de geur van de lente, gek genoeg, vooral een berg ‘cultuur’ naar boven. En ik schrijf cultuur met een wrang gevoel alsof het een woord is om je voor te schamen. misschien omdat ik er toen iets té obsessief mee bezig was. Schrijf gerust zonder twijfelen ‘ex-kunstsnob’ op mijn voorhoofd. Ik wilde echt alles wat kunstig was, gezien, gehoord, gevoeld & bezocht hebben. Hoe alternatiever, hoe liever. Film was een passie. De Duitse voor hun kille hardheid. De Spaanse voor hun humor en overdreven dramatische gevoeligheid. Als ik maar kapot achterbleef in de bioscoopstoel van een kleine onafhankelijke filmzaal. Kapot van het huilen of van walging. Kapot ook lichamelijk, van de bedroevend slechte zitjes die je zelden tegenkomt in de commerciële bioscopen. Ik zuchtte toen diep, maar zelfzeker: “Ach, … Alles voor de Kunst.”

De zelfde drang naar een emotionele meltdown, had ik bij theater. Al vond ik humor op het podium ook onontbeerlijk. Niet de slapstickhumor die in het volkstheater al jaar en dag de sleutel tot succes is. Ik bedoel de humor van een woord of een zin die door de uitspraak zijn hele context overstijgt. Of niet zozeer door de uitspraak, dan wel door de twijfelachtige dubbelzinnigheid die de spreker, al dan niet doelbewust, in de woorden tracht te leggen … Het soort humor dat meelijwekkend saai klinkt als iemand het al schrijvend probeert te ontrafelen.

Lachen in de lentelucht

Ook die gedachte op zichzelf doet me licht smalend lachen in de lentelucht. Het besef dat er zoveel onuitgelegd is en niet valt te expliceren. Net als de romans en poëziebundels die ik gulzig verslond op warme weekenddagen. Terwijl een ander misschien naar het voetbal ging. Of naar het wielrennen stond te kijken. Of op een terras een crème-glace naar binnen stak. Gevolgd door een pils of een Bolleke … Ik deed aan Kunst. Vooral het verslinden ervan.

Maar op een warme nazomerdag, kwam het moment dat ik ging werken. Van toen af aan was er enkel nog muziek. Licht verteerbare muziek. Voor alle types mensen & voor alle leeftijden. Het is één van de weinige dingen waar ik me nog mee bezig hou. Ik wil nochtans hard veroverd worden door emoties. Dat moet kunnen. Nog steeds. Als de tijd zichzelf ooit nog eens in mijn schoot werpt.

Dans zou mij, bijvoorbeeld, echt nog kunnen raken. Ik zag enkele mooie fragmenten dit weekend. Het ‘raken’ hoeft ook niet melig te zijn. Soms wordt het veroorzaakt door een glimlach. Een zucht van herkenning, hoe vreemd ook, in een spartelend lichaam. Soms is het een blik. Of een steeds wederkerend patroon. Een ‘tic nerveux’, zeg maar, al is het in dit geval van een volledig lichaam. Ik zucht nog eens diep, niet ontevreden, terwijl de geur me deze keer in stilte verder laat dromen.

Ter ontspanning

Sinds ik werk, kom ik er gewoon niet meer toe. Ik zie geen theaterstukken meer. Ik lees geen poëzie. (dat is namelijk heel moeilijk te vinden om op een iPad te lezen.) Ik heb ook al lang geen tentoonstelling meer gezien. En films kijk ik uitsluitend nog ter ontspanning. Het genre “hersenen-op-nul”.

Maar op een dag met echte lentelucht, zoals vandaag en gisteren en afgelopen vrijdag, denk ik toch terug aan al die dingen. Aan “Dani Bennoni” van Bart Moeyaert. Aan “Drumming” van Rosas & Steve Reich. Aan “Die fetten Jahre sind vorbei” van Hans Weingartner. Aan de tentoonstelling van Jan de Cock in Tate Modern. Aan “Nobody Move, Nobody Get Hurt” van We Are Scientists. En aan dat ene lief.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

Plaats een antwoord op het bericht