Het is die rotbuxus die mij kapot maakt. Hij groeit zo voorbeeldig. Hij is onhebbelijk gemakkelijk in onderhoud. Geen enkele schreeuw om water, wanneer ik hem een week vergeet. Zon neemt hij met plezier, zonder blozen of verbranden. Van wind heeft hij geen last. Zijn volle kruin wiegt vrolijk mee.
Ik ben nochtans geen tuinman. Ik heb iPod vingers. Die zijn allesbehalve groen. Planten sterven normaal al bij de gedachte dat ze onder mijn hoede moeten overleven. Behalve die buxus. Nochtans de goedkoopste die ik vinden kon.
In een zomerse vlaag van artistieke gewaarwording, kreeg ik het gevoel dat mijn terras wat meer kleur kon gebruiken. Kalf dat ik ben. Alsof het azuurblauwe tussenschot dat mij van de buren scheidt, nog niet kleurig genoeg is. Nu staat hij daar pront te wezen. Hij groeit als een bezeten kool.
In een land waar geregeld buxuswedstrijden worden georganiseerd, zou ik niets dan jaloerse blikken toegeworpen krijgen van mededeelnemers. Ze zouden me willen ontfutselen welke meststof ik gebruik. Of welke plantenspray mijn blaadjes zo doet blinken. Ik zou een zekere trots niet langer kunnen verbergen. Het is ook die trots die mij er toe aanzette om dan maar ineens een olijfboom op mijn terras neer te poten.
In elk Grieks epos volgt op zulk een moment van hoogmoed steevast een Goddelijke Hand die ingrijpt. Maar we leven in het tijdperk van Leonard & Vangheluwe, niet dat van helden, halfgoden en orakels. Geloof & Godsvrees is ver te zoeken. Daarom staan er nu ook twee potten lavendel te geuren op mijn terras. Alsof er nog niet genoeg mediterraniteit te bespeuren viel.
De lavandulae hadden mijn ogen moeten openen om mijn hart vol hybris tot inkeer te brengen. Helaas … Toen de eerste zonnestralen van de dag de paarse kopjes al halfstok deden hangen, lachte ik honend dat zwakke teken weg. Een volle pint water later zoemden hommels weer heerlijk rond mijn herrezen geurparadijs. Ik meende bij mezelf een talent bevestigd te hebben.
“Move over Demesmaeker, Christoffels & De Bouw! maak plaats voor de échte plantenfluisteraar: Sam! De! Bruyn!” (Lichtflits, donderwolk & paukenslag! … Ik ben niet vies van wat dramatiek.)
Een dag later werd ik betrapt door een collega toen ik in de lokale doe-het-zelfzaak stond te twijfelen tussen zaden voor kerstomaten of sperziebonen. Om zelf te zaaien en te kweken. Op een stadsterras. Ik.
Hij bekeek vluchtig ook de rest van mijn vers verworven tuingereedschap en raadde mij aan om lichtere tuinhandschoenen te gebruiken voor het zaaien van vers bladgroen. Daar kan je fijner mee werken. “Uiteraard”, antwoordde ik, “een verstrooide vergissing”. Ik maakte me snel uit de voeten, betaalde, en begon aan mijn scheppende taak.
Ondertussen sta ik al vijf dagen lang te staren naar zeven bloempotten vol zaad en grond. Wachtend op de vrucht van mijn vers verworven kunde … Er gebeurt hoegenaamd niets. Tot zover mijn talent.
(doek valt, licht uit, gestommel & twijfelachtig applaus)
@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






27/04/2011 om 18:19
Welke vorm heeft je buxus? Is het een ordinaire haag, een bol, een piramide… of iets meer ‘pikanter’?
28/04/2011 om 09:12
troost u, het gaat allemaal voorbij.
28/04/2011 om 22:10
Tuinieren op een dakterras is prima. Er bestaat zelfs vierkantemetertuinieren. Heb een vriendin die het met succes uittest in haar stadstuintje. Haar groenten zijn een stuk lekkerder dan in de supermarkt. Veel succes.