Weblog Sam De Bruyn

Waterlanders

25 / 05 / 2011
Moeten huilen, maar niet kunnen, is zo hard en confronterend. Ik kan onmiddellijk en probleemloos vijf heel uiteenlopende, maar treffende redenen bedenken om ter stond te beginnen grienen als een groot klein kind. Soms doe ik dat ook. Heel soms. Echt zelden eigenlijk. Maar als ik het toch doe, liefst ’s nachts in bed. Onder het beschermende schild van mijn warme deken. Subtiel gered door het donker van de gordijnen. Wanneer je MOET huilen, is het een heel ander verhaal.

Het heeft iets weg van dat genante gevoel op school, tijdens het verplichte Medisch Onderzoek. Je zit op een stoel in de hal. Je kan een naald horen vallen, zo stil. Je zit er nochtans samen met vijf andere mensen, waar je anders honderduit en uitbundig je hele leven tegen loopt te vertellen. Het verschil is nu dat je niets meer aanhebt dan een boxershort die toch veel te los blijkt te zitten voor de gelegenheid en veel meer blootgeeft dan je aanvankelijk gedacht had. Letterlijk.

De verpleegster roept je naam, komt met een leeg plastic potje voor je staan, duwt het in je handen & zegt: “daar is het toilet”. Je kijkt nog eens onwennig naar je maten en kruipt het hokje in. Je hoort ze gniffelen … Op zo een moment in je leven zijn er twee mogelijke scenario’s.

Twee scenario’s

Het eerste scenario is datgene waarbij je goed bent voorbereid. Je wist dat je ging moeten plassen en hebt daarom al een volledige liter water in je jonge lijf gegoten. Je bent heel de voormiddag lang nog niet naar toilet gegaan. Je staat op springen. Het moet er uit. Je vult het potje vlot. Te vlot. “Shit! Fuck!”, vloek je veel te luid, waardoor er aan de andere kant weer gegniffeld wordt. Overvol. Je plas loopt over de hand waarmee je het potje vasthoudt. Je merkt dat er geen kraan, noch lavabo in het toilet aanwezig is. Damn! Kwaad begin je met wc-papier je handen en het potje droog te wrijven. Je voelt je vies. Vuurrood kom je het hokje uit. Je kijkt niet naar je vrienden en gaat stil sterven van schaamte op je stoel. Wanneer de naam van het volgende slachtoffer wordt uitgesproken, is het zenuwachtig gelach al lang opgehouden. Want iedereen komt aan de beurt.

Het andere scenario is zo mogelijk nog gênanter. Je kruipt in het plashok, maar er gebeurt helemaal niets. Het lukt niet. Je wil wel, maar je kan niet. Het feit dat er vijf man voor de deur zit mee te luisteren, helpt ook niet. Je begint te zuchten. Je schraapt je keel en hoest. En daar sta je dan. Dwaas te wezen. Met je geslacht in de ene en het potje in de andere hand. Je begint wat rond te kijken, probeert aan watervallen te denken. Aan zomerse bergriviertjes. Aan een ontploffende stuwdam. Maar niets helpt. Seconden tikken voorbij en het lijken geen minuten, maar uren. De verpleegster komt langs en klopt op de deur. “lukt het?”, vraagt ze. “Neen, kalf, of denk je dat ik hier voor mijn plezier blijf staan?”, zou je willen roepen. Maar je zegt beleefd: “Het lukt niet goed.” … Of je een glas water wil? Ja! Ook al weet je dat het niet zal helpen … Na vijf minuten word je verlost: “Laten we het straks nog eens proberen.” Je hebt gefaald.

In het donker

In De Standaard Magazine loopt al een heel aantal weken een prachtige fotoreeks: “Waterlanders”, door Bart Heynen. Bekende mensen laten zichzelf zien, zoals dat bijna nooit gebeurt. Ze huilen. De fotograaf maakt er een simpel, maar gestileerd en ontroerend straf portret van.

Toen ik van Bart een mail kreeg met de vraag of ik dat ook niet eens wou proberen, moest ik geen seconde twijfelen. Ik zei onmiddellijk ja. Ik kon het ook niet laten om er bij te schrijven dat het een uitdaging zou worden. Ik huil normaal nooit. Nooit, Bart. Behalve heel uitzonderlijk in mijn bed. In het donker. Als ik alleen ben.

In de kelder van Barts huis, die voor de gelegenheid tot fotostudio was omgebouwd, duurde het wél uren in plaats van seconden. Maar voor de rest voelde ik me net als bij het Medisch Onderzoek. Naakt en schuldig aan falen. Er heeft geen enkele traan over mijn wangen gerold. Maar ik heb wel gehuild. Hard. Vanbinnen. En het was het eerlijkste huilen dat ik sinds lang heb meegemaakt.

Ik ben benieuwd. Ik ben benieuwd naar wat nu al niet anders kan zijn dan het mooiste en meest treffende portret uit mijn leven. Bedankt voor de Waterlanders.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

2 Antwoorden op “Waterlanders”

  1. nick Zegt:

    Mooi geschreven Sam! De herkenbaarheid is groot. Ik huil ook zelden en kan daarom de keren dat ik gehuild heb goed herinneren. Er zijn heel wat mensen die er deugd van zouden hebben om eens goed uit te huilen. Dat lucht echt op! Hoe het ook zij, ik hoop dat ieder mens, huilend of niet, op zijn minst bij één paar schouders terecht kan.

    Keep up the good work Sam!

  2. Freddy Zegt:

    Vroeger moest ik alleen huilen als ik zeer boos was en me niet mocht of kon verdedigen. de meeste mensen denken dat huilen beschamend is en vernederend , maar het is ook een heel goede en gezonde emotionele uitlaat klep , die voor de mannen altijd gezien word als iemand van mindere mannelijkheid . enkele jaren terug ben ik heel ernstig ziek geweest ,( hersenvliesontsteking,) sinds dien huil ik gemakklelijk bij emotionele gevallen , een klein kind die zich minder voelt, of iemand van mijn kinderen die iets tegenkomt, ik wil ze wel helpen, en ik luister goed, maar ik voel heel gemakkelijk hun leed of verdriet aan en dan begin ik te huilen , dan zeg ik tegen mijn vrouw ik ga even buiten , ze weet dan dat ik vijf minuutjes nodig heb om tot rust te komen . iik voel me niet minder man daardoor , maar ik vind het wel vervelend , omdat ik dat vroeger niet had , maar het belemmerd me niet om te kunnen helpen als het nodig is . maar het is precies of je emotioneel alles dieper beleeft , het blijft niet aan de bovenkant .

Plaats een antwoord op het bericht